NIEUWS
Bonneel-Culot bijna vice-Belgisch kampioen 2 liter BTCS
ANZEGEM - Nu zondag 25 oktober staat voor het duo Philippe Bonneel en Laurent Culot één van de belangrijkste races uit hun autosportcarrière op de kalender. Tijdens de slotproef van het BTCS-kampioenschap proberen ze met hun Clio een totaal onverhoopte tweede plaats in de eindstand van het Belgisch kampioenschap veilig te stellen. Het is een resultaat dat niemand vooraf had durven vooropstellen, zeker nu het duo het met een heel wat kleiner budget moest doen.
Met nog één race te gaan, is de situatie duidelijk voor Bonneel-Culot. De Belgische titel is enkel nog mathematisch mogelijk, maar voor de plaatsen twee, drie en vier is de strijd nog niet gestreden. Anzegemnaar Bonneel en diens Waalse co-rijder Culot hebben wel alle troeven in handen om in de eindstand als tweede op het finale podium te staan.
“We staan momenteel tweede, op 38 punten van de leider. Als je weet dat er nog maximaal 40 punten te verdienen zijn, is het duidelijk dat eindwinst in het kampioenschap te hoog gegrepen is. We zouden zondag de beide manches moeten winnen, terwijl de tegenstander minder dan twee punten scoort. Redelijk onrealistisch, als je het mij vraagt”, stelt Philippe Bonneel.
“Voor de titel van vice-kampioen van België liggen de kaarten evenwel totaal anders. We tellen als tweede 14 punten voorsprong op de derde in de stand en 16 op de vierde. De twee challengers achter ons mogen dan al beschikken over krachtiger wagens, toch moet het mogelijk zijn om het verschil in punten beperkt te houden en die tweede plaats binnen te rijven. Al zal het ‘trappen’ worden, met twee slotmanches die elk slechts één uur duren!”
Het seizoen van beide piloten kan sowieso al niet meer stuk. Ze wonnen niet enkel de belangrijkste race van het jaar, de 12 Uren van Spa-Francorchamps, bovendien haalden ze dit seizoen ook nog eens vier keer het podium. Dat is veruit hun beste resultaat ooit.
“We hebben er zin in en het zou ongelooflijk zijn om vice-kampioen te kunnen worden met het krappe budget dat we ter beschikking hadden. Had men ons dit verteld bij het begin van het jaar, we hadden wellicht even schamper gelachen. Een topvijf plaats vonden we voor aanvang van het seizoen al héél wat. En zeggen dat we nu al zeker zijn van de vierde plaats, wat er ook gebeurt…”
“Ons resultaat is niet enkel het gevolg van bijzonder goed teamwerk, maar ook van een ongewone regelmaat. We beëindigden alle manches in de toptien, behalve één keer tijdens het openingsweekend, toen we moesten opgeven.”